Verdriet
 
Verdriet is er, net als het kleurenpalet, in vele gedaanten. Van kleine verdrietjes tot intens verdriet wat je tot in je botten voelt.
De eerste schooldag van je kind, wat gaat het snel. Het gevallen Delfts-blauwe bordje, het erfstuk van oma. Verdriet om verwaterde en verloren contacten. Ziektes en ongeluk van de mensen om je heen. Verdriet om het afscheid van de zomer. Het naderend afscheid van je collega's. Het pijnlijke verdriet om de dood van je hond en nog erger; het intense verdriet om het verlies van iemand die je zeer dierbaar is.
Ik ben de laatste tijd wat verdrietig….. Maar ik realiseer me nu ook waarom ik verdrietig ben. Verdriet is namelijk onlosmakelijk verbonden met die andere emotie…LIEFDE!
 
Zonder liefde geen verdriet!
 
Ik troost me met de gedachte dat ik blij moet zijn met zoveel liefde om mij heen.
 
 
 
 
                      
 
 
 
VGNA
Van Geel naar Amsterdam

 

 
Je hebt van die afspraken die nooit van de grond komen; moeten we zeker doen, lijkt me leuk, ja dat gaan we doen!!! En daar blijft het dan meestal bij. Dit keer dus niet. Op de viering van de verjaardag van broer Jan, riep zijn zoon Jeroen…..Ik ga jullie een mailtje sturen en daarna slaan we spijkers met koppen! Het mailtje kwam, er werd op de kop geslagen en 29 oktober 2011 was daar de eerste VGNA bijeenkomst, en wel in onze hoofdstad Amsterdam. Voor de duidelijkheid, VGNA staat voor Van Geel Naar Amsterdam… Jeroen had aan ieder een T- shirt gestuurd en op zaterdagmiddag 29 oktober om drie uur stonden daar tien mannen, die een connectie met Van Geel hebben, voor het Centraal Station.
Ik noem ze in willekeurige volgorde: Jan, Hendrik-Jan, Jan, Bert, Gerbert, Harm, Arjan, Jeroen, Sjoerd en Kees. Er was geen vastomlijnd programma, dus eerst maar richting het Damrak. Onze eerste stop was bij ‘De Teasers bar'. Toen ik de zaak binnenliep, dacht ik huh? Alleen maar kerels? Het is toch geen homobar? Maar na een blik achter de bar, bleek dat niet zo te zijn. Babes and beer. We hebben allemaal geld gelapt en bij Jeroen ingeleverd. Doe maar tien biertjes, voetbal kijken (Chelsea tegen Arsenal twee mooie goals van Van Persie) en ook een beetje naar die meiden natuurlijk. Toen we hoorden wat een biertje kostte zijn we maar weer opgestapt en onder de bezielende leiding van Amsterdamkenner Sjoerd naar de volgende locatie gewandeld. We wilden naar de Jordaan. De kroeg van tante Nel of Rooie Sien, dat leek wel wat. Die kroegen hebben we niet gevonden, maar lopend langs het Anne Frankhuis, waar nog steeds een enorme rij stond, over de Noordermarkt, streken we uiteindelijk neer in de Westerstraat bij de ‘Blaffende Vis'. Een gezellig eetcafé in het hart van de Jordaan. Een paar man aan de bar, een paar aan een tafeltje en het werd daar erg gezellig.
Pa (Jan sr.) had aan Gerbert een kaartje meegegeven met daarin een lieve tekst dat hij het zo leuk vond dat wij dit deden en dat hij erg trots op ons was.. mooie woorden van mijn vader… en ook een donatie voor 'zijn' rondje. Proost Pa! Op je gezondheid.
De tijd verstreek en na een gezellig gesprek met de ‘zus' van Patty Brard, die ook een paar foto's van onze groep heeft gemaakt, begon bij de meeste mannen de maag te knorren. We wilden eten. Suggesties als Febo of een broodje bal, werd door de meesten weggewuifd. We willen ergens met z'n allen gezellig zitten. De wandeling dwars door de Rosse buurt werd ook als smakelijk ervaren. Het uiterlijk van de meisjes en hun werkplek was aanzienlijk verbeterd sinds mijn laatste bezoek aan deze wijk (ik durf het bijna niet te zeggen, maar dat was in 1974) In de Chinese wijk was alles vol, dus na een suggestie van Bert doorgelopen naar de Grote Markt, kwamen we terecht bij ‘Nam Kee'; je weet wel, van die oesters. Na een kleine tien minuten wachten, kregen we een ronde tafel aangeboden waar we met z'n allen konden zitten, echt gezellig. Een menu van maissoep, pekingeend, tahoe, rijst, mie en nog wat lekkere hapjes, werd door allen met smaak verorberd.
 
 
 
 
 
 
 
Na deze heerlijke maaltijd zijn we de straat schuin overgestoken en achter de Waag op een buitenterras van een kroeg, ben helaas de naam kwijt, hebben we daar een drankje genomen. Doordat we nogal veel ruimte innamen, werden twee vriendinnen van het terras afgedrukt. Na een vriendelijk verzoek draaiden zij zich om en zo werd het een grote kring van twaalf levensgenieters. Na een uurtje moest helaas de eerste afhaken. Arjan, hij had in zijn tuin gewerkt, tegels van een meter bij een meter (136kg) weggelegd. En hij moest de andere dag daar mee verder. Een goede reden dus. Arjan bedankte z'n broer voor de organisatie en ging na een hartelijk afscheid richting huis. Jeroen gaat wel vaker stappen met een aantal maten in Amsterdam. Hij had tijdens deze avondjes ook wel eens een topless barretje aangedaan. Dat wilde hij ons niet onthouden, dus togen wij achter hem aan weer de Rosse buurt in en ergens achter in een steegje was een lap Dance bar. Inderdaad, vrouwen met ontbloot bovenlijf bewogen zich als krolse poezen langs palen en over de bar; m'n bril besloeg, of het van de warmte was of iets anders laat ik maar in het midden. Ik en met mij wel anderen, voelden ons niet op ons gemak en na een biertje stonden we snel weer buiten. Bert haakte toen af, moest weer helemaal naar Friesland, en had het wel gezien. Ook weer na een hartelijk afscheid bleven we dus met z'n achten over. Nog een afzakkertje halen in de ‘Old Sailors bar'. Okay, maar daarna gaan we allemaal naar huis hoor, het liep al tegen elfen. Na een biertje in die kroeg op een van de drukste punten van Amsterdam zijn we via, nu wel de Febo, waar we nog een hartige versnapering namen, naar het Centraal Station gewandeld. Voor het station afscheid genomen van Jan en HJ. Jan opperde om de volgende VGNA bijeenkomst in Lemmer te houden. Hij en HJ hadden ook echt genoten van deze dag. Jan jr en Jeroen gingen richting perron 8 en wij(Gerbert, Kees, Sjoerd en ik) via de nachtwinkel voor een broodje en een drankje naar perron 2b. Net voor één uur was ik weer thuis. En tijdens het uitlaten van de hond dacht ik, wat was dit leuk. Met je broers en verdere aanhang ongecompliceerd een beetje darren door een stad; niks moet alles mag. Gesprekken met broers, neven en zwager, waar je op een verjaardag nooit aan toekomt. Heerlijk. Ik wil hierbij dan ook mijn neeffie Jeroen heel hartelijk bedanken voor het leuke initiatief. En als ik zo de stemming peil is het zeker niet voor de laatste keer geweest.
Ik zeg dus bij deze, mannen…tot ziens in Lemmer!!!

 
 
 
Luisteren
 

Ik ken iemand die doof is. Zij hoorde vroeger wel, maar door een afwijking was ze plotseling stokdoof. Zij hoorde alleen geluiden die in haar herinnering bovenkwamen. Zo kon ze de hele dag b.v. het Wilhelmus horen; verder had ze ook last van vervelende tonen. Verschrikkelijk. Daar komt nog bij dat haar grote passie orgelspelen was; dat kon dus nu ook niet meer…Een jonge vrouw geďsoleerd door haar handicap. Er zijn duizenden dove mensen, maar door de waan van alle dag stond ik daar nooit zo bij stil. Zij ging via de mail haar vrienden op de hoogte houden van haar belevenissen en gevoelens. Zij deed dat zo indringend dat ik vaak, na het lezen van zo'n ‘update' de tranen in mijn ogen had. Ik hoor alles, ben gek op muziek en natuurgeluiden. Nu ik dit schrijf hoor ik de waterval van de vijver; een kind op een driewieler; een alarmroep van een merel, waarschijnlijk een kat onder de heg? Het razen van een trein; het flapperen van de parasol door de wind. Door de brieven van haar ben ik weer gaan leren luisteren en daardoor ook weer te genieten van dat gewone….

Zij heeft inmiddels een z.g. IC en heeft na veel therapie en het afstellen, nu het stadium bereikt dat ze weer normaal met iemand kan communiceren en ze beschreef hoe ongelofelijk gelukkig ze is, dat ze weer kan horen… Het enige jammere is dat ze haar passie, muziek, niet meer kan beoefenen. Muziek klinkt als bagger zoals ze schrijft. Ze heeft er een punt achter gezet. En doet nu aan beeldhouwen.

Denk je aan het gehoor dan denk je ook aan luisteren. Wat mij ook opvalt, is dat er echt zo slecht geluisterd wordt; de mensen zijn alleen maar bezig met zichzelf. Als je wat vertelt, krijg je amper de tijd om uit te spreken; ze komen gelijk met hun problemen over jou heen. Lieve mensen, probeer naar elkaar te luisteren….
 
Luisteren is meer dan alleen wachten totdat iemand is uitgesproken en luisteren kan zoveel zeggen.
 
 Geniet van je gehoor en van elkaar!!!
 
 
 
 
 
 
 
Fikkie stoken
 
 
Halverwege de jaren zestig heb ik een aantal jaren in een flat gewoond. Dat was best spannend want het waren de eerste flats in Woerden en… driehoog nog wel, dat was dus echt hoog!!! Ik had daar ook een vriendje, Nol. Zijn vader en mijn vader waren politieagenten.
We gingen op een middag oude kranten ophalen en als er genoeg opgehaald was ( 2 krossen vol), kreeg je bij de vodden- en papierboer genoeg geld om een ‘patatje met' te halen bij ‘Verheul', de patattent, zoals mijn wiskundeleraar later het cafetaria noemde.
We kwamen met de eerste kros kranten terug bij de flat en vroegen ons af waar we de kranten moesten laten. Nol kwam op het idee om ze onder de trap in het trappenhuis te gooien, daar kwam toch nooit iemand. Zo gezegd zo gedaan. Na de laatste loop, je armpjes vol met kranten, rustten we even uit onder in het trappenhuis. Ik kreeg het idee om een ‘Starfighter' (straaljager) na te doen, dat had ik iemand eens zien doen bij een fikkie ergens in de nieuwbouw.
 

Wat heb je nodig voor deze demonstratie? Een oude krant en vuur. Kranten waren geen probleem maar vuur wel, dus even naar boven en zeggen dat je moet plassen en daarna de lucifers uit de keukenla pakken. Terug onderin het trappenhuis sloeg ik een krant open en rolde die diagonaal op, zodat je een lange koker overhoudt. Dat deed ik nog een keer en had toen tweemaal een ‘Starfighter'- uitlaat. Eén kant aansteken, armen wijd en hollen maar. Door de snelheid ontstaat er een mooie rookpluim achter uit de krantenkoker. Ik was een paar keer de gang op en neer gehold en het werd al aardig rokerig. Opeens hoorden we iemand de trap afkomen, grote schrik natuurlijk. Ik gooide snel mijn ‘pijpen' onder de trap waar de rest van de kranten lag en we vluchtten toen snel via het kleine deurtje naar buiten. We hoorden ‘tante' Annie nog net BRAND!!! BRAND!!!! gillen. We verstopten ons in de bosjes aan de zijkant van de flat en wisten dus niet wat er in de flat gebeurde. Door het gegil van Annie was mijn moeder komen kijken en ging gelijk een emmer water halen en bluste de boel. Achteraf was het dus een storm in een glas water, maar de schrik zat er goed in bij beide moeders en ik vermoedde dat mijn moeder mijn vader heeft gebeld, want zij dacht al dat ik de dader was. Nou wil het toeval, dat zowel mijn vader en de vader van Nol dienst hadden. Nol en ik durfden de bosjes niet uit en zeker niet toen we de politiebus met daarin onze vaders voorbij zagen rijden. Maar ja, je kunt niet je hele leven in de bosjes blijven wonen, dus na verloop van tijd waagden we ons weer buiten. We liepen net de hoek om, om via de hoofdingang naar binnen te gaan, toen we werden verrast door de bus, die via de andere bocht snel aankwam rijden. Stijf van schrik stonden we voor de gesloten voordeur. Onze vaders stapten in vol ornaat uit en liepen op ons af. "Komen jullie maar eens mee”, riepen ze bars. Ik barstte al in huilen uit en wilde naar m'n moeder. "En hou op met dat gejank”, was het commando en snikkend stapten Nol en ik in het busje. Normaal had ik het ritje wel leuk gevonden, want zo vaak zaten wij niet in een auto, maar deze keer zat ik toch met behoorlijke knoop in mijn maag.
Bij het politiebureau aangekomen was het enige wat m'n vader zei: "uitstappen en meekomen”. Gedwee liepen we achter onze vaders aan. In een granieten gang waar de laarzen van onze vaders flink doorklonken, stond een bankje tegenover de deur van de commissaris. Zitten, was het volgende commando en er werd op de deur geklopt. Beiden gingen naar binnen en wij bleven zitten.We hoorden wat geroezemoes, maar ineens schreeuwde de commissaris: WAT!!!! BRAND GESTICHT!! Zijn ze nou helemaal zestig geworden, in de cel die jongens!!!!
De vaders kwamen weer naar buiten, wij moesten mee en we liepen naar de cellen. De deuren werden opengedaan en we moesten naar binnen…. en met een klap ging de deur weer dicht! Brood met spinnenkoppen, spookte het door mijn hoofd en ik werd verschrikkelijk bang. Ik gilde het uit: "Ik wil naar huis”!! We hebben er misschien maar drie minuten ingezeten, maar voor ons gevoel duurde het uren. De deur ging weer open en de nog steeds boze vaders namen ons weer mee naar de commissaris. Ik weet niet meer hoe die man heette, maar het was een soort ‘bromsnor'. We kregen een donderpreek waar de honden geen brood van lusten en als het nog eens gebeurde zwaaide er wat…. Snikkend en schokschouderend gaven we de commissaris een hand en beloofden plechtig het nooit meer te zullen doen. In het busje werd wederom niets gezegd. Nol en zijn vader stapten uit en m'n vader en ik reden nog een flat verder, waar wij woonden. Jij gaat zodra je binnenkomt direct door naar bed. Begrepen? Ja papa….

Oude kranten heb ik later nog veel opgehaald en de patat bij Verheul was voortreffelijk!

Maar fikkie stoken was uit den boze!!!
 
 
 
 
 
 
Het was denk ik twee dagen na de moord op John F. Kennedy, eind november 1963... m'n moeder zat aan de grote tafel, ze droeg een rode lamswollen trui met daar overheen een spierwit kraagje, voor haar stond een kopje thee, ze had haar armen overelkaar zodat haar borsten op haar onderarmen rustten. ze deed haar linker onderarm omhoog zodat haar vingers over haar wang lagen en ze begon met haar pink over haar neus en en bovenlip te wrijven... en daarbij keek ze droevig in het niets... ik keek haar vanuit de rookstoel over mijn Donald Duck aan...

Ik kon m'n ogen niet van haar afhouden, ze had het niet in de gaten. Uit de oude radio klonk opeens het liedje van Jules de Corte,Ik zou weleens willen weten....

             
   Ik zou weleens willen weten....

 
Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de bergen zo hoog
Misschien om de sneeuw te vergaren
Of het dal voor de kou te bewaren
Of misschien als een veilige stut voor de hemelboog
Daarom zijn de bergen zo hoog

Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de zeeën zo diep
Misschien tot geluk van de vissen
Die het water zo slecht kunnen missen
Of tot meerdere glorie van God die de wereld schiep
Daarom zijn de zeeën zo diep

Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de wolken zo snel
Misschien dat 't een les aan de mens is
Die hem leert hoe fictief een grens is
Of misschien is het ook maar eenvoudig een engelenspel
Daarom zijn de wolken zo snel

Ik zou wel eens willen weten, waarom zijn de mensen zo moe
Misschien door hun jachten en jagen
Of misschien door hun tienduizend vragen
En ze zijn al zo lang onderweg naar de vrede toe
Daarom zijn de mensen zo moe
 
 
Het lied was uit en ik zag twee dikke tranen over haar wangen lopen...
Toen keek ze me aan, veegde met de rug van haar handen de tranen weg, lachte naar me, ze stond op liep naar de keuken en zei:  'We eten vanavond spruitjes'.... Ik moest ook een traantje wegpinken.
 
 
 
 
 
 
Tijd
 
Wanneer heb je even tijd voor mij? Ik kijk even in m'n agenda….volgende week? Tijd wat is dat? Vroeger werd de tijd gemeten aan de hand van de draaiing van de aarde (astronomische tijd), maar de tijd is zo belangrijk geworden dat er in 1967 is besloten om de definitie van de seconde te veranderen. Sindsdien is in het Internationale Systeem van Eenheden de seconde gedefinieerd als 9.192.631.770 cycli van de straling, die hoort bij de overgang tussen twee energietoestanden van het cesium-133 atoom. Deze z.g. atoomklokken hebben een afwijking van 1 seconde in de 30 miljoen jaar! Ik bedoel maar. We hebben geen tijd meer voor elkaar, en geen tijd om te genieten van de tijd! Op een `relaxte` tv- avond zappen we langs minimaal 20 zenders .Ik kan me nog herinneren dat we 1 kanaal hadden en een kwartier voor aanvang zaten we met z´n allen naar het testbeeld te kijken en luisterden we naar leuke liedjes van de `Damrakkertjes`.

Tegenwoordig wordt de thee gezet door een z.g. `Teapad`, heet water wordt door een pad geperst en binnen tien seconden heb je een kopje thee, nou ja, thee? Het is een chemisch brouwsel van allerlei smaakstoffen. Theezetten was een kunst . Anderhalve maatlepel losse thee in de porseleinen theepot, kokend water erop, roeren, deksel erop en dan ging de pot in de theemuts trekken. Ja daar was dus tijd voor! Koffie zetten, idem dito, zelf de bonen malen, in het filter doen en zelf water opgieten. De bakker en de slager kwamen aan de deur en vaak ook even in de keuken en daar werden aan de keukentafel de laatste nieuwtjes en de bestelling uitgewisseld. Daar was tijd voor! Nu slaan we elkaar de hersens in als er voorgekropen wordt in de supermarkt!

Ik fietste vanmiddag met de hond door de boerenwijk tussen Woerden en Harmelen, windstil, zon in mijn rug. Ik betrapte mezelf erop dat ik steeds langzamer ging fietsen, de hond ging van een ferme galop terug naar een rustig sukkeldrafje. En ik genoot, niet alleen van het mooie weer, maar vooral van de tijd die ik ervoor nam om te kunnen genieten…Boerenwas aan de lijnen, dartelende lammetjes, snaterende eenden, een boerenzoon aan het krijgertje spelen met een jong stiertje. Ik dacht aan niets....geen agenda's, geen nog ff gauw dit of nog ff gauw dat. Nee, ik was aan het genieten van deze TIJD

Overal zijn klokken maar nergens is tijd!
 
 
 
 
 
Met de bus naar opa en oma
 
 

Citosa was in begin jaren zestig dé busonderneming die onder andere van Utrecht naar Gouda reed. Cito staat voor snelheid (Latijn) maar deze naam bestond al voor een Haags taxibedrijf, dus werd de naam eerst verlengd met een s naar Citos. Al snel daarna werd het CITOSA. Bij ons in de straat was niemand in het bezit van een auto, dus iedereen reisde met de bus of trein. Opa en oma Kooistra woonden in Bodegraven en wij gingen regelmatig op zondagmorgen daar koffie drinken. Mijn moeder had zestien broers en zusters, dus het was op het "Rooie Dorp” altijd een gezellige boel. Om met de bus te gaan, moesten wij de straat uitlopen en om de hoek was de bushalte. Even wachten en daar kwam hij al aanrijden; een mooie grijsgroene bus met verchroomde lijsten rondom de voorruiten, grills, koplampringen enz. De bekleding van de banken was in een soort tijgerprint. Toen de bus bij de halte stopte, kwam de conducteur naar buiten. Het was een man in een keurig grijszwart uniform compleet met pet en op z'n buik een schitterend grijze kaartjesmaakmachine. Pa, Wil, Jan en ik moesten zelf de bus inklimmen, maar m'n moeder werd heel galant door de conducteur naar binnen geholpen. Eenmaal in de bus mocht ik nooit op de achterbank, want daar werd ik misselijk van. Ik moest voor de uitgang blijven en zocht natuurlijk een plaatsje bij het raam. Als iedereen zat, reed de bus naar de volgende halte, de Kwakelbrug (café Aantjes werd er dan omgeroepen). Halverwege Rietveld kwam dan de conducteur bij pa en kon hij de kaartjes kopen voor ons. Twee groot en drie klein Rooie Dorp, was de bestelling van m'n vader. Er volgde dan, voor mij, een onbegrijpelijk geschuif met allerlei gekleurde schuifjes op het apparaat van de conducteur, draaide een paar keer aan het slingertje opzij van de machine en prompt kwam er onderuit een rits kaartjes. Wat het kostte weet ik niet meer, maar volgens mij koop je er in deze tijd niet eens een mars voor. Nog iets wat mijn vader dan ook altijd deed; hij vouwde de kaartjes zo op, dat hij ze tussen zijn trouwring kon schuiven, want je kon nog een contrôle krijgen. Bij het Rooie Dorp stapte eerst de conducteur uit en hielp mijn moeder keurig netjes uitstappen, tikte tegen de klep van z'n pet en klom de bus weer in. Tegenwoordig is de politiek aan het steggelen over een OV-chipkaart? Hou toch op!! Geef mij de conducteur maar weer terug!!


 
 
 
Flashback:
 
 

Gisteravond onder de douche…..

Ik zing altijd; zeemansliedjes of een gouwe ouwe, maar ook weleens een Gezang. Ik zong, ‘O, Heer die onze Vader zijt' (Gezang 463. Halverwege ging ik over op ‘Listen to the ocean', dat is een oud liedje van ‘Nina en Frederick', een folk zangduo uit Denemarken. Ze waren wereldberoemd in de jaren vijftig. Terwijl ik mij aan het inzepen was, gingen mijn gedachten terug naar 1964. Het was bijna Moederdag… ik had in mijn plastic spaarvarkentje drie rijksdaalders en een kwartje. Ik vroeg aan m'n vader: Waar kan ik mama blij mee maken? Och jongen, je moeder is met niks al blij…zoek dat zelf maar uit. Doe anders een lekker stukkie Maya zeep. Zeep? Echt niet, het moest iets speciaals zijn. Na drie keer de stad afgelopen te hebben, kwam ik bij een platenzaak en kocht ik een singletje van bovengenoemd duo. Ze was er erg blij mee en ik moest regelmatig het plaatje opzetten (ze wist niet hoe de pick-up werkte) en samen neurieden we dan mee met de klanken van dit simpele, maar o zo mooie liedje…

 
 
 
 
 
Sinterklaas
 
 

In d

In de tijd dat er in Woerden nog maar één supermarkt was (Combi), kwam men voor de dagelijkse boodschappen nog gewoon aan huis, zoals de bakker, melkboer, slager, schillenboer, groenteboer en zelfs de kruidenier. Als er dan toch nog iets vergeten was, moest ik even een boodschap doen naar b.v. de bakker. Die winkel was vlakbij. De straat uit, oversteken en ik was bij bakker van Zwieten. Hij was een echte ouderwetse, warme bakker en maakte alles nog zelf. Brood werd nog niet voorgesneden. Toen waren er nog niet zoveel soorten brood als tegenwoordig. Een halfje wit? Dan werd er een heel wit doorgezaagd en het halfje werd in een wit papier gewikkeld en 30 cent armer liep je met het broodje onder de arm de winkel uit. Onderweg nam ik dan een paar plukjes brood en at dat smakelijk op. Moeders kon dan wel twee sneetjes weggooien (te veel gat), maar keek me altijd glimlachend aan. Van Zwieten was een artiest als het ging om suikergoed en marsepein maken. Als kind kon je je verheugen op de etalage vanaf half november. Dan was de etalage ingericht voor de Sint. De mooiste kunstwerkjes kregen een plaatsje op een draaiend plateau; varkentjes, koeien, een stapeltje Goudse kazen, dobbelsteentjes, sneeuwmannetjes, rookworsten compleet met loden zegeltje, alles van marsepein gemaakt! De ramen waren vet van de afdrukken van handjes, neuzen, en lipjes van de kinderen die stonden te watertanden voor het glas.
 
                                               
 

Op een echte ‘hoor de wind waait door de bomen’ dag, moest ik weer wat halen bij de bakker. Ik vond het niet erg, want dan kon ik goed kijken in de winkel naar al die lekkernijen. Ik kwam in de winkel en het was erg druk. Ik stond bij het gordijntje wat de etalage scheidde van de winkel en keek. Als ik nou eens één rijksdaalder had, wat zou ik dan kiezen? Het halve varken of toch maar die lekkere grote dobbelsteen? Op dat moment ging weer de winkelbel en stapte er een vreemde man binnen. Een grote man met een lange, dure, wollen jas aan en een grote baret op die schuin over zijn hoofd was getrokken. Een grote,zwarte snor bedekte zijn bovenlip en een flink stuk van z’n wangen. In de hoek van zijn mond hing een hang pijp. Hij was een kruising tussen commissaris Maigret en ‘voor wie hem gekend heeft’ meneer Leenheer, hij was directeur van de oude M.U.LO! Ik schrok een beetje van deze grote donkere verschijning. Hij heeft mij niet gezien. Toen het winkelmeisje vroeg: "Wie kan ik helpen?” ging hij gewoon voor z’n beurt en liep naar de toonbank. Ik vond het niet erg, want ik was nog niet uitgekeken. Maar mijn aandacht werd toch weer naar die man getrokken omdat hij naar de bakker vroeg! "Hij is erg druk”, zei het meisje. "Ik wil toch de baas zelf even spreken”, zei de man weer. Een beetje geërgerd liep ze de bakkerij in en kwam even later terug met de mededeling dat de bakker er zo aankwam. De man keek sabbelend aan z’n pijp kritisch de winkel rond. Daar kwam de bakker de winkel in, helemaal onder het meel en z’n handen afvegend aan een theedoek vroeg hij: ” Wie had mij nodig?” "Dat was ik”, sprak de man en vervolgde meteen met: "heeft u dat spul in de etalage allemaal zelf gemaakt?” "Ja natuurlijk”, antwoordde de bakker nu zichtbaar geërgerd. Hij had echt geen tijd voor flauwekul! De man vervolgde met de vraag: "ik wil graag een marsepeinen Volkswagentje”.

"Nou”, zei de bakker, "die staan er toch? Ik heb ze in het geel, groen en rood zoals u ziet!” De man toverde zowaar een glimlach op zijn gezicht. "Nee beste man, ik zoek een Volkswagen geheel op schaal!” "Op schaal?” herhaalde de bakker. "Ja, ik wil een Volkswagen `Kever`, schaal van één op twaalf! En wel zo gedetailleerd als mogelijk”. "Hoe bedoelt u dat?”, vroeg de bakker. "Nou, ik wil dat de portieren open kunnen en dat de wieltjes kunnen draaien, ruitenwissers, motorkap, kofferdeksel, zoveel mogelijk details. Denkt u dat te kunnen?”, vroeg de man nu hoopvol. "Meneer”, antwoordde de bakker zuchtend, "daar heb ik nu geen tijd voor. Ik ben deze maand erg druk voor de Sint en de Kerst”. "Geld speelt geen rol”, probeerde de man weer… "Ja”, zei de bakker "het is wel een hobby van me. Ik doe het graag, weet u. Ik ga het proberen en komt u over twee weken maar eens kijken, is dat goed?” "Perfect! ik kom dan terug”. Zichtbaar blij verliet hij de winkel. De bakker haastte zich weer naar de bakkerij. Ik was aan de beurt, bestelde mijn boodschappen en ging ook weer naar huis……
                                                            

                                                                                                           

 

Veertien dagen later liep ik met een rijksdaalder stevig in mijn knuist geklemd weer richting van Zwieten. Die rijksdaalder had ik gekregen van tante Jaantje, een vrijgezellen zus van mijn oma en kwam regelmatig bij ons op bezoek. Koop er maar wat lekkers voor”, had ze gezegd. Stomverbaasd bleef ik voor de etalage staan, want het bovenste gedeelte van het draaiplateau was leeg gemaakt en daar stond dé Volkswagen Kever te glimmen! Wat een prachtig kunstwerk, een hemelsblauw exemplaar en van alle onderdelen voorzien. Aan de achterkant stond het motorkapje open en zag je het grijze motortje zitten. De bougiekabeltjes waren gemaakt van een dropveter dat in vieren was gesneden. De bandjes waren van drop gemaakt, de ruitenwissers van chocolade. Ook stond een portiertje open en kon je het raamzwengeltje zien zitten. De stoelen en de achterbank waren gemaakt van suikergoed, met als detail een rood marsepeinen kussentje op de achterbank. Stuurtje, pookje, zelfs een handschoenenkastklepje was aanwezig! Een juweeltje. Ik ging de winkel binnen en de bakker zelf stond gewassen en geschoren en in schone kleding achter de toonbank. "Ha, die Harm”, groette hij vriendelijk, "wat kan ik voor je doen?”. "Ik wil alstublieft dat halve varken van marsepein”. "Dat kan”, zei bakker en pakte het beestje in een vetvrij papiertje. Op dat moment ging de bel en stapte warempel diezelfde man van twee weken geleden weer binnen. De bakker glunderde, hij zag dat de man zichtbaar verguld was met het resultaat. "Bakker van Zwieten, ik sta perplex, ik heb nog nooit zo’n mooie replica van de beroemde kever gezien!” Ondertussen had de bakker voorzichtig het autootje gepakt en hij stond te pronken op de toonbank. De man met de snor bekeek hem van alle kanten en ik zag dat z’n ogen nat werden… "Maar dit is nog niet alles”, zei de bakker. "Let op”, en hij greep het stuurtje vast en draaide er voorzichtig aan. Tot mijn verbazing begonnen de wielen te draaien. "Fantastisch” en de man begon te applaudisseren. "Dan gaan we nu maar over tot de koop. Wat moet hij kosten?” "Ja, dat vind ik nou zo moeilijk”, zei de bakker. "Ik heb er wel honderd uur inzitten, maar het is ook een hobby en ik heb er ontzettend veel plezier aan beleefd. Dus heb ik de prijs afgemaakt op honderd gulden”, zei de bakker een beetje voorzichtig. "Ben je gek man”, schaterde de man, hij trok zijn portemonnee en legde tweehonderd gulden op de toonbank. "Alstublieft”, zei de man,” voor het vele werk! De bakker keek stomverbaasd naar de twee briefjes en wist even niet wat hij zeggen moest. "Nou, pak aan man, je hebt het verdiend!” "Dankjewel”, was het enige wat de bakker zei en even later… "Ik zal de Kever nog even mooi voor u inpakken”. "Nee, dat hoeft niet”, zei de man, "ik vreet hem hier op!!!”  
Prettig Sinterklaasfeest